Een heg wordt bewerkt alsof het een massa was, maar hij bestaat uit afzonderlijke vlakke blaadjes, en tussen de blaadjes in lege ruimte
door Nana Kreft

Ik maak installaties die bestaan uit objecten en constructies. De constructies - bijvoorbeeld een raamwerk van houten latten - dienen soms als dragers van de objecten, maar zijn ook zelf onderdeel van het werk. De objecten zijn abstracte vormen van papier, karton, stof, hout en gips, die associaties oproepen met bestaande voorwerpen, maar nooit eenduidig als een bepaald voorwerp herkenbaar zijn. Omdat het werk niet verwijst naar een concreet, bestaand voorwerp, wordt het materiaal waarvan het gemaakt is benadrukt, en de ruimtelijkheid die het creëert.
Door een ruwe werkwijze, en door verschillende materialen met elkaar te laten contrasteren, maak ik de eigenschappen van het materiaal zichtbaar en voelbaar: hoe zwaar het is, of het zacht is of hard, stug buigt of luchtig valt.

ruimtelijke tekeningen
De materialen die ik gebruik hebben een sterk tweedimensionaal karakter: papier, stof of houten planken markeren ruimte eerder dan dat zij ruimte innemen. De installaties die ik daarmee maak lijken op tekeningen in de ruimte. Hierdoor verdwijnt de scheiding tussen het werk en de tentoonstellingsruimte. De tentoonstellingsruimte is drager en daardoor deel van de tekening. Ik verbind het illusionistische van de tekening met de voelbare, fysieke werkelijkheid van het werk.
Vaak suggereer ik een ruimtelijkheid, die in werkelijkheid niet mogelijk is. Mij interesseert de spanning die hierdoor ontstaat. Bijvoorbeeld gebruik ik kleur om richtingen aan te brengen die tegen de richting van de vorm in gaan, om ruimtelijkheid te negeren en af te vlakken en hierdoor een concurrerende ruimtelijkheid te laten ontstaan. Ik creëer een fictieve ruimte die verweven is met de fysieke ruimte.

ongeplande gebeurtenissen
Het werk is tegelijk geometrisch én organisch. Ik gebruik geometrische vormen, die niet perfect zijn, als het ware uit de losse hand getrokken lijnen. Ik plan het werk niet, regisseer het niet van buitenaf, maar ik bevind me middenin het proces waarin het ontstaat. Ik werk op een onderzoekende, tastende manier. Met elke ingreep bouw ik verder op de voorafgaande stappen. Ik laat het werk als het ware groeien.

Naast de installaties maak ik foto′s. Ook in mijn fotografie verbindt zich het geometrische met het organische. Mij interesseren vormen die door mensen gemaakt zijn en tegelijk zonder intentie lijken te zijn ontstaan: steden die ongepland groeien, of kleine details, die als onbedoeld bijeffect ontstaan bij het uitvoeren van een groter plan. Mij interesseert de wisselwerking en wederzijdse aanpassing tussen het geometrische en het organische; zoals gebouwen die aan een natuurlijke omgeving zijn aangepast. Ik ben gefascineerd door natuurrampen die gebouwen laten instorten, maar net zozeer door alledaagse verschijnselen waarin de werking van de natuurwetten zichtbaar wordt.

ruimte voelbaar maken
Het gaat in mijn werk ook om de vorm die het werk aan de ruimte geeft. Ik wil de ruimte binnen een beperkt kader intensiveren en verveelvoudigen. Door het gebruik van fragmentarische vormen die door de toeschouwer verder gedacht kunnen worden, geef ik aan de ruimte eromheen een veelvoud van mogelijke betekenissen.
Door de grote nadruk op de materialiteit van de voorwerpen maak ik deze niet alleen zichtbaar maar ook voelbaar. Hierdoor wil ik ook de onzichtbare binnenkant met name van de gefotografeerde voorwerpen ervaarbaar maken.

De materialen die ik gebruik zijn vergankelijk. Ik geef er een vorm aan door stof te draperen, papier te vouwen, te buigen, te hangen, of houten planken te stapelen. Deze vorm is niet stabiel. Ik kies er bewust voor, de vorm niet te fixeren.
De installaties zijn gemaakt op en vóór een bepaalde plek: zodra een tentoonstelling afgebroken wordt, bestaat de installatie niet meer. Er blijft alleen de fotografische documentatie. Wel kunnen onderdelen van de installatie op een andere plek deel van een nieuw werk worden.